15 juni 2025
Een groot deel van de voormiddag, die, zoals gebruikelijk, al om zes uur begint, gaat op aan het schrijven van twee boekverhalen: Stephen Hero en Kroniek van een aangekondigde dood. En aan lectuur: Trofee van Gaea Schoeters. Goed geschreven, maar klinisch en, jawel, zeer mannelijk. Een kritiek, zelfs een aanval op mannelijkheid. Niet expliciet maar door middel van de stijl.
*
Afspraak om twaalf uur aan het station met een aantal mensen van Groen Brugge. (…) We blijven samen op de trein en dan ook nog een eind op de aanvangsstrook van de betoging, maar uiteindelijk valt onze groep toch uit elkaar. De betoging is een groot succes. Er wordt een ‘rode lijn’ getrokken tegen het genocidaire geweld van Israël in Gaza. Daarom werd iedereen gevraagd iets roods aan te trekken. De kilometerslange stoet – 75.000 (politie) tot 110.000 (organisatie) manifestanten – kleurt dan ook rood. Eerst zijn er de toespraken – vooral die van twee vertegenwoordigsters van een joodse organisatie maakt indruk – en enkele korte optredens (Tamino, Koen Wauters en Zwangere Guy), en dan zet de stoet zich in beweging. We doen er meer dan drie uur over om van het Noordstation langs de Botanique tot een heel eind op weg naar de Europese Wijk te komen. Daar (…) korten we af naar het Centraal Station. (…)*
De avond gaat op aan het bekijken aan Eddy Merckx-gerelateerde programma’s. De Kannibaal wordt dezer dagen tachtig, vandaar. Eerst een gesprek door Karl Vannieuwkerke met Eddy, zoon Axel en José De Cauwer. Daarna de film Merckx. De sterkste renner aller tijden, met mooi, onuitgegeven beeldmateriaal over de carrière die iedereen ondertussen beter kent dan zijn vaderlandse geschiedenis.
16 juni 2025
In de stadsbibliotheek vind ik de film The Apprentice en een boek van Mark Dugain. M raadde me Officierskamer aan, maar dat hebben ze niet. Wel Gelukkig als God in Frankrijk. Ik vraag naar de persoon die over de aankoop van fictie gaat, met het oog op de aankoop van enkele exemplaren van Vaderader. Ze is er niet. Thuis schrijf ik haar een mail.
*
(…)
*
Ik beantwoord de laatste brief van A, die al een paar dagen in mijn mailbox zat. Ook E heeft geschreven: ze geeft toe dat ze heel lang niet aan schrijven is toegekomen, maar ze wil onze correspondentie niet stopzetten. (…) Ik zeg dat ze alle tijd moet nemen. Dat ik gespecialiseerd ben in geduldig zijn. (…).























